Bhakti Yoga
De Sri Chaitanya Saraswati Sridhar Ashram maakt onderdeel uit van Gaudiya Vaisnava traditie. Gaudiya Vaisnavas zijn diegene die Heer Vishnu, Heer Krishna dienen en vereren. Gaudiya heeft betrekking op Gaudadesa, de huidige Bengalen en Bangladesh.
![]() |
|---|
Daar is Heer Chaitanya Mahaprabhu (1486) verschenen. Heer Chaitanya Mahaprahu is de Allerhoogste Gods Persoon, Sri Krishna Zelf. Hij is in dit tijdperk – Kali-Yuga gekomen als een toegewijde om het Yuga-Dharma te geven. Hij heeft de Bhakti-beweging in gang gezet.
Heer Krishna is de Allerhoogste Godspersoon. Eén van Zijn namen is Krishna. God heeft vele namen. Krishna betekent – de Al-aantrekkelijke. God of Bhagavan bezit zes volheden namelijk: schoonheid, rijkdom, roem, kennis, macht en verzaking. Wij, individuele zielen (Atma) bezitten die kwaliteiten ook maar slechts in geringe mate. Wij zijn niet Al-wetend, Al-machtig etc. etc.
Kali-Yuga
Binnen de Indiase heilige geschriften zoals de Vedas en de Puranas is het concept tijd niet lineair zoals in het westen. Net zoals er een cirkel is van geboorte en dood (reïncarnatie) en de seizoenen in een jaar elkaar continu opvolgen, beweegt ook de tijd zich in een cirkel. Binnen die cirkel zijn er verschillende tijdperken – Yugas, die gekenmerkt worden door een meer of mindere focus op God. Het tijdperk waarin wij nu leven wordt het Kali-Yuga genoemd – het tijdperk van leugen en twist. Steeds minder mensen plaatsen God als middelpunt in hun leven. Materiële zaken worden steeds belangrijker en men is sterk geneigd zijn werkelijke eeuwige natuur te vergeten. Oneerlijkheid, ruzie en oorlogen zijn aan de orde van de dag. Het Kali tijdperk is zo’n vijfduizend jaar geleden begonnen en duurt in totaal 432.000 jaar.
De Bhakti-beweging
Bhakti is geen dogma of religie. Een meer correcte omschrijving zou Dharma zijn. Dharma staat eigenlijk voor de werkelijke functie of eigenschap van iets. Datgene dat onlosmakelijk met iets is verbonden. Het dharma van steen is dat het hard is, het dharma van water dat het nat is, het dharma van vuur is dat het heet is etc. Het Dharma van de individuele ziel is Bhakti – een liefdevolle verbintenis met de Allerhoogste. Die verbintenis vindt plaats door Hem met liefde te dienen (Bhakti-Yoga, Seva ofwel toegewijde dienst); De ziel kan pas gelukkig zijn wanneer je haar dat geeft waardoor ze werkelijk gelukkig wordt, namelijk haar liefdevolle verbintenis met de Allerhoogste. De natuur van de ziel is geestelijk (transcendentaal), niets in deze wereld kan haar vervulling schenken. Zoekend naar voldoening is ze in deze wereld als een vis op het droge.
"De ontwikkeling van Bhakti brengt een verandering in bewustzijn met zich mee. Er ontstaat een bewustzijn dat naar binnen is gericht, dat op zoek gaat naar zijn hogere ik – daar zal het de Allerhoogste – Krishna vinden. Het bewustzijn zal steeds minder zijn geluk proberen te zoeken buiten zichzelf .
“Wat is Krishna-bewustzijn? Normaal gesproken wanneer we schoonheid zien. Maar eigenlijk, eigenlijk is de schoonheid zelf de genieter. Schoonheid is de baas en schoonheid heeft werkelijk de touwtjes in handen."
Swami B.R. Sridhar Dev Goswami Maharaja
Om deze verandering in het bewustzijn te bewerkstelligen heeft Heer Chaitanya Mahaprabhu het Yuga-dharma gegeven. De methode voor dit tijdperk is het chanten van de heilige namen van de Heer. Het chanten van de Hare Krishna Maha Mantra. Om geestelijke vooruitgang te maken is het noodzakelijk dat men deze Maha Mantra ontvangt, via initiatie van een bonafide geestelijk leraar – een Guru.In India is het tot op de dag van vandaag normaal dat je een geestelijk leraar benadert wanneer je op zoek gaat in het geestelijk leven. Hij is je gids op het geestelijk pad en hij kan je waarschuwen voor eventuele obstakels, je aanmoedigen en je adviezen geven opdat je zo goed en snel mogelijk vooruitgang zult maken in dit leven.
![]() |
|---|
In de Bhagavad-gita, een onderdeel van het Mahabharata en een leidraad voor miljoenen Hindoes en Vaisnavas over de hele wereld zegt Sri Krishna tegen Zijn vriend en toegewijde Arjjuna het volgende.
“Je zult al deze kennis verkrijgen door een verlichte geestelijk leraar tevreden te stellen.Iemand die rechtstreeks realisaties ontvangt van de Absolute Waarheid.Stel hem vragen over zelfrealisatie en dien hem oprecht. Grote zielen die expert zijn op het gebied van de geschriften en die rechtstreeks realisaties ontvangen zullen je deze goddelijke kennis onderrichten."
Srimad Bhagavad-Gita 4.34
The Hidden Treasure of the Sweet Absolute
Srila Bhakti Raksaka Sridhara Deva Goswami
Deze overdracht van Guru (geestelijk leraar) aan discipel gaat in vele geestelijke tradities honderden jaren terug. Zo ook in de Gaudiya Vaisnava traditie. Deze geestelijke erfopvolging wordt ook wel Guru-parampara genoemd.
De Guru-parampara van de Sri Chaitanya Saraswat Math:

van links naar rechts Srila Bhakti Sundar Govinda Maharaja, Srila Bhakti Rakshak Sridhar Maharaja, Srila Bhakti Siddhanta Saraswati Thakur, Srila Gaura Kisora Das Babaji Maharaja, Srila Bhaktivinoda Thakur en Srila Jagannath Das Babaji Maharaja
![]() |
|---|
De lijn begint bij Sri Chaitanya Mahaprabhu en komt uiteindelijk bij Srila Sachidananda Bhaktivinod Saraswati Thakur (1838-1914) terecht. Hij voorspelde dat het chanten van de heilige namen van de Heer (de Hare Krishna Maha Mantra) spoedig over de hele wereld te horen zou zijn. Bhaktivinod Thakur schreef vele boeken waarin hij het proces van overgave – Saranagati aan de Allerhoogste Godspersoon beschreef.
Na Bhaktivinod Thakur komt Srila Gaura Kisjora Babaji Maharaja. Hij was de belichaming van onthechting. Hij leidde een teruggetrokken leven waarin het chanten van de heilige namen van de Heer centraal stond. Zijn geliefde discipel Sri Bhakti Siddhanta Saraswati Thakur is de volgende in deze geestelijke lijn.
![]() |
|---|
Srila Bhakti Siddhanta Saraswati Thakur (1874–1937), was een enorm gedreven prediker van het gedachtegoed van Sri Chaitanya Mahaprabu en tevens de zoon van Srila Bhakti Vinoda Thakur. Hij heeft vele boeken gepubliceerd en lezingen gegeven in India. In 1919 richtte hij de Gaudiya Math op, een missie die er op uit was de glorierijke positie van de bhakti-beweging te verkondigen. Bij zijn missie sloten zich o.a. Srila Bhakti Raksaka Sridhar Deva Goswami (1895-1988) en Srila A.C. Bhaktivedanta Swami aan. De eerste predikte met name in India en nam ook onder zijn Godbroeders een zeer belangrijke positie in. Srila Sridhar Maharaj stond bekend om zijn uitmuntend intellect, zijn onthechting en zijn sterk gezond verstand. In 1941 richtte hij de Sri Chaitanya Saraswat Math op. Deze Sri Chaitanya Saraswati Sridhar Ashram maakt daar onderdeel van uit.
![]() |
|---|
Srila A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada (1896 - 1977) ging in 1965 naar de VS. In de tijd van de hippies bracht hij de boodschap van zijn Guru Srila Bhakti Siddhanta Saraswati Thakur en Sri Chaitanya Mahaprabhu naar het westen. Hij is een godbroeder (disciple van dezeflde Guru) van Srila Sridhar Maharaja. Srila Swami Maharaja stichtte daar ISKCON (International Society for Krishna Consciousnes) ook wel de Hare Krishna gemeenschap genoemd. Over de hele wereld verschenen er honderden Ashrams (spirituele leefgemeenschappen), scholen en boerderijen waar men volgens de Gaudiya Vaisnava wijze leeft.
![]() |
|---|
Srila Bhakti Sundar Govinda Maharaja (1929) sloot zich op zeventienjarige leeftijd in 1947 bij de Sri Chaitanya Saraswat Math aan. Vanaf het prille begin stond vast besloten dat Srila Sridhar Maharaja hem tot zijn opvolger zou benoemen. In 1985 gaf hij hem de positie van President-Acharya (hoofd van de missie) in India en over de missies (van de Sri Chaitanya Saraswat Math), in de rest van de wereld. Srila Govinda reist vaak de wereld rond en geeft dan op zeer informele wijze lezingen en hij houdt bijeenkomsten. Daar kunnen vragen gesteld worden. Hij staat bekend om zijn lieve glimlach, zijn toegankelijkheid en de liefde die hij heeft voor zijn Guru. Deze doen ieders hart verwarmen. Hij is een werkelijke belichaming van het onderricht van Sri Chaitanya Mahaprabhu.





