Sri Krishna Chaitanya Mahaprabhu
![]() |
|---|
Sri Krishna Chaitanya Mahaprabhu verscheen in 1486, in Mayapur, West Bengalen, India in deze wereld. Hij zette een beweging in gang, de Sankirtan beweging (het gezamenlijk chanten van de namen van de Heer) die tot nu zijn weerklank over de gehele wereld kent. Iedereen heeft wel eens een “Hare Krishna” door de straten van een van de wereldsteden zien rondlopen, met cimbalen en/of trommel in de hand. Maar weinigen weten waar dit chanten/zingen van de heilige namen van de Heer vandaan komt en wat het nut ervan is.
Rond de tijd dat Heer Chaitanya verscheen onderging de westerse wereld een periode van hergeboorte – de Renaissance. Daarin vond ondermeer een verschuiving van aandacht plaats. De mens (en de natuur) werd het middelpunt en God werd steeds meer terzijde geschoven.
In India vond ook een soort Renaissance plaats, een Renaissance van Bhakti (onvoorwaardelijke en onondoorbroken liefdedienst aan de Allerhoogste, Sri Krishna). Heer Chaitanya Mahaprabhu die niemand anders is dan Bhagavan Sri Krishna Zelf, liet aan iedereen zien dat Krishna de Allerhoogste en de meest liefdevolle Heer is en Hij maakte Krishna makkelijk toegankelijk voor iedereen, door iedereen een eenvoudig te bewandelen pad aan te reiken. Namelijk het chanten/reciteren/zingen van de heilige namen van de Heer.
![]() |
|---|
Hij wordt gezien als de meest genadevolle Heer omdat Hij vrijelijk het allermooiste en kostbaarste geschenk uitdeelde aan een ieder die het maar wilde ontvangen namelijk – zuivere liefde voor de liefdevolle Heer. In Zijn barmhartigheid hield Heer Chaitanya zich niet bezig met het feit of iemand wel al dan niet gekwalificeerd was om deze genade te mogen ontvangen. (In die tijd waren slechts brahmanen bevoegd zich met geestelijke zaken bezig te houden.) Iedereen was en is volgens Hem welkom deze Goddelijke liefde te ontvangen en te verbreiden.
Ondanks het feit dat Hij, Sri Chaitanya Mahaprabhu, de Allerhoogste GodsPersoon is, Sri Krishna Zelf, verscheen Hij deze keer, in het Kali-tijdperk (het tijdperk van leugen en twist) als een toegewijde van de Heer. Dat deed Hij om ons te laten zien hoe je als toegewijde je relatie met de Heer kunt herstellen en bekrachtigen en Hem met liefde kunt dienen.
In de Vedische geschriften staat vermeld dat de Heer naar deze wereld komt om Zijn toegewijden te beschermen en diegene die tegen Hem zijn uit te schakelen. Wanneer Hij hier is verkondigt Hij ook het yuga-dharma. Het proces waarmee men in dat tijdperk geestelijke vooruitgang kan maken en liefde kan ontwikkelen voor Sri Sri Radha-Krishna, de Allerhoogsten.
![]() |
|---|
Voor dit Kali-tijdperk is het chanten van de heilige namen van de Heer het aanbevolen proces. Het chanten van de HARE KRISHNA MAHA MANTRA, oftewel de grote mantra der bevrijding, is een eenvoudig proces dat door iedereen kan worden toegepast. Hoe oud of jong je ook bent, waar je je ook bevindt, welk tijdstip van de dag het ook is, het chanten van de Maha-Mantra is voor iedereen en ten allen tijden toegankelijk.
Om succes verzekerd te zijn wordt in de eeuwen oude Indiase geschriften aangeraden initiatie te vragen aan een bonafide geestelijk leraar, de Guru. Hij “plant” als het ware het “bhakti-zaadje” in het hart van de aspirant toegewijde. De Maha-Mantra luidt als volgt.
Hare Krishna Hare Krishna
Krishna Krishna Hare Hare
Hare Rama Hare Rama
Rama Rama Hare Hare
Sri Chaitanya’s – Siksastakam
(Achtdelig onderricht)
1.
De Heilge Naam van Krishna
reinigt de spiegel van het hart
en blust de brand der ellende
in het bos van geboorte en dood.
Zoals de avondlotus openbloeit
in het verkoelende maanlicht,
opent het hart zich
in de nectar van de Naam.
En tenslotte ontwaakt de ziel
tot haar ware innerlijke schat
– een leven van liefde met Krishna.
Telkens weer nectar proevend,
duikt en komt de ziel weer bovendrijven,
in een immer uitdijende oceaan van extatische vreugde.
Alle gebieden van het zelf
welke we ons kunnen indenken
raken volkomen voldaan, gelouterd
en uiteindelijk overwonnen
door de alzegenrijke invloed
van de Heilige Naam van Krishna.
2.
O Heer, Uw Heilige Naam
zegent alles en iedereen.
En U bezit talloze Namen,
zoals Krishna en Govinda,
waarin U Zich openbaart.
In uw vele Heilige Namen
hebt U in Uw goedheid
al Uw bovenzinnelijk vermogen gelegd.
En er gelden geen strikte regels
ten aanzien van tijd of plaats
bij het chanten van deze Namen.
Door Uw grondeloze genade
bent U in de gedaante
van de goddelijke klank neergedaald,
maar mij treft het grote ongeluk
dat ik geen liefde voor Uw Heilige Naam heb.
3.
Wie nederiger is dan een grassprietje,
verdraagzamer dan een boom
en anderen de eer geeft die hun toekomt
zonder haar voor zichzelf te begeren
is ervoor geschikt om altijd
de Heilige Naam van Krishna te chanten.
4.
O Heer, ik verlang niet naar rijkdom,
naar volgelingen,
naar mooie vrouwen
of naar verlossing.
Mijn enige gebed is
U onvoorwaardelijk te mogen dienen,
leven na leven .
5.
O Zoon van Nanda Maharaja,
ik ben Uw eeuwige dienaar,
maar door Mijn eigen karma
ben ik in deze verschrikkelijke oceaan
van geboorte en dood getuimeld.
Neem deze gevallen ziel aan
en beschouw mij als een stofje
aan Uw lotusvoeten.
6.
O Heer, wanneer zullen de tranen
mij in golven uit de ogen stromen?
En wanneer zal mijn stem beven van vervoering?
Wanneer zal het haar op mijn lichaam overeind gaan staan
bij het noemen van
Uw Heilige Naam?
7.
O Govinda!
Zonder U is de wereld leeg.
De tranen stromen mij als regen
uit de ogen
en een ogenblik lijkt een eeuwigheid.
8.
Ook al omhelst Krishna mij vol liefde,
of vertrapt Hij mij onder Zijn voeten.
Ook al breekt Hij mijn hart door Zich voor mij schuil te houden
– laat Hem doen waar Hij zin in heeft, die Losbol.
Hij blijft hoe dan ook de Heer van mijn leven.


